Geen categorie

De hoer van de wijndrinker

By 4 oktober 2020No Comments

Ik ben de fles: de hoer van de wijndrinker. Strakgetrokken en opgepoetst sta ik hier samen met mijn collega’s mooi te zijn in het schap.

Ze zeggen dat ik niet ongerust hoef te zijn; de meeste wijndrinkers behandelen hun flessen keurig. Je hoeft ook zeker geen medelijden met me te hebben als ik zo dadelijk gekocht word. Als wijnfles ben je dichtbij de mens, hoor en zie je alles: romances, ruzies, boeken die geschreven worden. Dat lijkt me het allerleukste van mijn bestaan.

Er is ook kans dat ik op een voetstuk word geplaatst. Dat men mij uitgebreid koestert, bespreekt, analyseert. Dat lijkt me niet fijn. Er wordt dan meer van mij gemaakt dan ik ben. Als er al iemand de loftrompet verdient, dan is het mijn vloeibare inhoud, niet ik.

Natuurlijk, ik weet dat ik ook ten prooi kan vallen aan gulzigheid en agressiviteit. Dat ik grof aan de mond word gezet, misschien zelfs van mond tot mond ga. Al kan ik me niet voorstellen dat dat laatste zal gebeuren in coronatijd. Men beweert ook dat ik kan eindigen op iemands hoofd. Maar daar ben ik niet bang voor, ik zie er de lol eigenlijk wel van in.

Ik ben wel bang voor de glasbak. Ze zeggen dat ik daarna als een ander mooi glimmend iets terugkom. Dat vind ik zo ontastbaar, daar kan ik niks mee. En wie zegt mij dat ik in die nieuwe hoedanigheid ook weer in de buurt van mensen ben?

Het liefst stel ik het glasbakmoment zo lang mogelijk uit. Ik hoop dat de wijndrinker mij telkens overslaat in het wijnrek, of dat ik word vergeten, ergens in een hoek van de kamer. En dat ik op een gegeven moment zo oud ben, dat ik niet meer aantrekkelijk ben. Dan kan ik tot in de eeuwigheid, als ouwehoer, die rare mens blijven observeren.

Ruben

Leave a Reply